Vermogenspositie

De vermogenspositie wordt onderverdeeld in de volgende onderwerpen:

2.1 Eigen vermogen
2.2 Vreemd vermogen
2.3 Weerstandsvermogen

Eigen vermogen (reserves)
In onderstaand overzicht zijn twee soorten reserves onderscheiden: de algemene reserve (=concernreserve + reserve weerstandsvermogen) en de bestemmingsreserves. De algemene reserves hebben geen vastgestelde bestemming. Het is het vrij besteedbare deel van de reserves. De bestemmingsreserves hebben een door de raad vastgesteld doel en kunnen voor dat doel worden aangewend. Het doel kan door de raad worden gewijzigd.


Tabel 3 Stand van de reserves
                     (x € 1.000)

Reserves per 31 december

2017

2018

2019

2020

2021

Concernreserve

14.502

13.246

13.087

13.005

12.956

Reserve weerstandsvermogen

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Totaal algemene reserve

18.502

17.246

17.087

17.005

16.956

Bestemmingsreserves

10.909

10.210

9.826

9.442

8.702

Totaal reserves

29.411

27.457

26.913

26.447

25.658


Vreemd vermogen (voorzieningen)

De stand van de voorzieningen (gebaseerd op onderhoudsniveau C, zie prognosebalans paragraaf financiering) bedraagt per 1 januari 2018 afgerond € 7.551.000 en neemt toe tot € 8.242.000 per 31 december 2021. De mutaties vinden plaats door geraamde aanwendingen in het kader van het onderhoud van gemeentelijke accommodaties, wegen, riolering. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.

Vreemd vermogen (schulden)
De schulden van de gemeente bestaan uit langlopende en kortlopende geldleningen. Op de langlopende geldleningen wordt jaarlijks afgelost. Als kortlopende schuld wordt voor 2018 uitgegaan van de maximaal onder de kasgeldlimiet aan te houden € 4,1 miljoen.


Tabel 4 Verloop opgenomen vaste geldleningen            
(x € 1.000)

Prognose per 31 december

2017

2018

2019

2020

2021

Vaste geldleningen (zonder herfinanciering)

27.906

24.306

15.506

12.706

10.556

Financieringssaldo (cumulatief)

15.996

16.334

25.163

22.831

25.012

Totale verwachte schuldpositie

43.902

40.640

40.669

35.537

35.568

waarvan korte schuld

4.816

4.447

4.298

4.278

4.293

Waarvan vaste geldleningen

39.086

36.193

36.371

31.259

31.276


Dit overzicht is afgeleid van de geprognosticeerde balans uit de paragraaf Financiering. Uitgangspunten bij het opstellen van die balans zijn dat de jaarlijkse investeringscapaciteit maximaal € 4,0 mln. is en dat de beheerplannen voor het onderhoud van de openbare ruimte op kwaliteitsniveau C worden vastgesteld.

Verbetering financiële positie
Voor de verbetering van financiële positie wordt voorgesteld van de begrotingsoverschotten vanaf 2018 resp. € 600.000, € 600.000, € 1.100.000 en € 1.100.000 af te zonderen in de concernreserve. Door deze middelen op deze manier veilig te stellen voor het doen van nieuwe (investerings)uitgaven kan deze liquiditeit wordt aangewend om de in deze (meerjaren-) begroting geschetste trend van een verbetering van de vermogensstructuur verder door te zetten. Door de middelen niet uit te geven maar te gebruiken voor de verplichte aflossingen op de bestaande leningenportefeuille en het verminderen van de nieuwe externe financieringsbehoefte, zal de omvang van de aangetrokken vaste geldleningen verder kunnen afnemen dan hier al gepresenteerd. De bijbehorende ratio's zullen daarmee natuurlijk eveneens verder verbeteren.

Ratio’s
Solvabiliteitsratio: Hoe hoog is het bezit belast met schuld?
De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen als onderdeel van het totale vermogen. Begin 2018 heeft Voorschoten 32,4% van de balans met eigen vermogen gefinancierd. Dit betekent dat de overige 67,6% van het gemeentebezit is 'belast' met schulden. Hierbij dient men zich te realiseren dat die 67,6% voor 63,7% bestaat uit lang aangetrokken geldleningen. De rest bestaat uit door de raad ingestelde voorzieningen voor de bekostiging van toekomstige lasten (voor bijv. onderhoud van de openbare ruimte) en uit exploitatie-gerelateerde posten als crediteuren en andere nog te betalen bedragen.


Tabel 5 Solvabiliteitsratio 2017-2021               
(x € 1.000)

Prognose per 31 december

2017

2018

2019

2020

2021

Eigen vermogen (A)

29.411

27.456

26.913

26.447

25.658

Totaal vermogen (B)

90.737

86.154

85.552

79.957

79.324

Solvabiliteitsratio (A/B)

32,4%

31,9%

31,5%

33,1%

32,3%


Netto-schuldquote: Hoe zwaar drukt de schuld op de begroting?

De netto schuld wordt berekend door de som van de onderhandse leningen, overige vaste schuld, kortlopende schuld en overlopende passiva te nemen en daar de langlopende uitzettingen, kortlopende (debiteuren)vorderingen en uitzettingen, liquide middelen en overlopende activa af te trekken.


Tabel 6 Netto-schuldquote                        
(x € 1.000)

Prognose per 31 december

2017

2018

2019

2020

2021

Netto schuld (A)

44.299

41.030

41.073

35.934

35.969

Netto schuld gecorrigeerd voor verstrekte leningen (B)

36.515

33.747

34.319

34.543

34.597

Baten voor mutatie reserves ( C)

52.843

50.230

49.927

49.770

49.674

Netto schuldquote  (A/C)

83,8%

81,7%

82,3%

72,2%

72,4%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (B/C)

69,1%

67,2%

68,7%

69,4%

69,6%


De netto schuldquote is de netto schuld gedeeld door de totale inkomsten (voor bestemming reserves). Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het recente verleden. Voorschoten bevindt zich op de rand van de gevarenzone waarin de schuldenlast een dusdanig zware last op de exploitatie kan gaan leggen voor wat betreft rente- en aflossingsverplichtingen dat dit de vrije financiële beleidsruimte meer dan redelijk/wenselijk beperkt. De verwachting is dat de netto schuldquote na 2019 afneemt. Omdat de omvang van de door de gemeente verstrekte geldleningen na 2019 door aflossingen afneemt, bewegen beide quotes naar elkaar toe.

2.3   Weerstandsvermogen
Onder het weerstandsvermogen wordt het volgende verstaan: de mate waarin de organisatie in staat is middelen vrij te maken (weerstandscapaciteit) om de financiële gevolgen van aanwezige risico’s op te vangen. In welke mate de gemeente haar risico’s kan dekken met eigen weerstandscapaciteit is uit te drukken in de ratio weerstandsvermogen. Deze is voor 2018 berekend op 3,5. Aangezien de raad besloten heeft om minimaal een ratio van 1,0 te hanteren met een streefratio van 1,4, kan de ratio weerstandsvermogen 2018 beoordeeld worden als uitstekend.

Voor verdere toelichtingen en onderbouwingen over het weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.